Beer & Food: Heerlijke gerechten met Interbrew Bieren

Everzwijnkoteletjes, bospaddestoelen en Dommelsch Bokbier Primeur

Ingrediënten
<ul=”square”>

  • 4 everzwijnkoteletjes, elk 150 gram
  • 6 sjalotjes
  • 200 gram bospaddestoelen
  • 2 eetlepels roomboter
  • 2 eetlepels zonnebloemolie
  • 4 eetlepels rund- of wildfond
  • 15 cl Dommelsch Winterbok (flesje van 30 cl)
  • 4 eetlepels room
  • 1 eetlepel fijngesneden selderijblad
  • peper uit de molen en zout naar smaak

    Bereiding
    Een mengsel van boter en olie verhitten in een koekenpan en hierin de koteletjes zo kort mogelijk om en om bakken, totdat ze goudbruin van kleur zijn. Een à twee keer omdraaien en vervolgens de koteletjes in aluminiumfolie in een matig verwarmde oven warm houden.

    Fijngesneden sjalotjes, schoon geborstelde en fijngesneden bospaddestoelen bakken in het achtergebleven bakvocht, totdat de sjalotjes glazig zijn. Hittebron verlagen en de rund- of wildfond en het bier erbij doen en gedurende twaalf tot vijftien minuten stoven.

    De room door de saus roeren en op smaak brengen met peper uit de molen en zout. Tenslotte fijngesneden selderijblad door de saus roeren.

    Serveer hierbij aardappelkroketjes, in boter gestoofde sperzieboontjes of broccoliroosjes. Drink een gekoeld glas Dommelsch Winterbok.

HIER EN DAAR TEVEEL SCHUIM

Het weer als oorzaak van een tapprobleem

Het komt in de beste horecafamilies voor: overmatig schuim aan de tap. En het kan altijd meerde oorzaken hebben. De tapdruk kan gewoon verkeerd staan ingesteld of er kan sprake zijn van een koelprobleem, waardoor de temperatuur van het bier te hoog wordt. Als de manometer op de CO2 regelaar en de thermometer van uw koeling echter niet op onregelmatigheden duiden, heeft u in deze tijd waarschijnlijk last van het weer. Wanneer de temperatuur in uw bierkelder namelijk daalt en dus ook het bier in uw fusten kouder wordt, zult u de tapdruk wat moeten verlagen om weer een puik biertje te kunnen tappen. We leggen u graag uit hoe dat zit.

Breng de druk in evenwicht Zoals u weet bevat elk bier van nature koolzuur (CO2). Dat komt vrij tijdens de gisting, net als alcohol. Bij de meeste bieren van Interbrew is dat CO2-gehalte gemiddeld 4,8 gram per liter. Zoals u in de tabel ziet bereikt u dat met een optimaal ingestelde tapdruk bij een keldertemperatuur van 20°C. De evenwichtsdruk is dan 1,93 bar. Het koolzuur dat we er in de kelder aan toevoegen is uitsluitend bedoeld om het bier van fust naar tapkraan te transporteren, liefst zonder dat het oorspronkelijk koolzuurgehalte verandert. Als het echter kouder wordt in uw kelder is de normale instelling van uw koolzuurdruk al snel te hoog, waardoor de koolzuur uit de fles langzaam maar zeker in het bier zal kruipen. Door de tapdruk dan weer te verlagen, brengt u de boel weer ‘in evenwicht’. Bij warm weer is natuurlijk het omgekeerde aan de hand.

Twee winter-taptips In de tabel ziet u hoeveel de evenwichtdruk verandert met het stijgen en dalen van de temperatuur. Daarbij moet worden aangemerkt dat u de wijziging van de evenwichtsdruk niet blindelings kunt volgen, omdat er voldoende druk op de leidingen moet blijven om het bier goed te laten stromen. Hoewel het moeilijk is om concrete richtlijnen te geven (elke installatie is weer anders), kunnen we over het algemeen dan ook stellen dat u de tapdruk met 0,2 à 0,3 bar moet verlagen als de temperatuur in de kelder daalt. Bovendien is het in de winter altijd raadzaam om de koolzuurtoevoer naar het fust ‘s nachts af te sluiten.